Citaat | Hoge Raad 28 mei 2002
Alinea 45 Hoge Raad 28 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1182.
4.4. Geen rechtsregel en met name niet art. 6 EVRM verzet zich ertegen dat in zaken als de onderhavige, waarin de grondslag van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel - hier het strafbare feit door middel van of waaruit dat voordeel is verkregen - in rechte is komen vast te staan, de bewijslast op redelijke en billijke wijze wordt verdeeld tussen het openbaar ministerie en de betrokkene.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ba1f0d5c786bd6362786ea79bab51dd20686f14f525589357598cc3334bbf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ba1f0d5c786bd6362786ea79bab51dd20686f14f525589357598cc3334bbf4, en de alinea staat in dat document op bytes 15282 tot 15716.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2ba1f0d5c786bd6362786ea79bab51dd20686f14f525589357598cc3334bbf4 | shasum -a 256