Citaat | Hoge Raad 28 mei 2002

Alinea 49 Hoge Raad 28 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1182.

b. de betrokkene de gelegenheid is geboden om - zonodig door bescheiden gestaafd - tegenover de rechter aannemelijk te doen worden dat en waarom de door middel van die methode vastgestelde stijging van zijn vermogen niet of niet geheel haar oorsprong vindt in feiten als bedoeld in art. 36e Sr dan wel anderszins niet kan gelden als voordeel in de zin van die bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ba1f0d5c786bd6362786ea79bab51dd20686f14f525589357598cc3334bbf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ba1f0d5c786bd6362786ea79bab51dd20686f14f525589357598cc3334bbf4, en de alinea staat in dat document op bytes 16660 tot 17042.