Citaat | Hoge Raad 28 mei 2002

Alinea 29 Hoge Raad 28 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1186.

4.3. De verdachte in wiens strafzaak een verzoek om rechtshulp is gedaan, zal er dikwijls belang bij hebben dat door de Nederlandse rechter wordt getoetst of bij de uitvoering van dat verzoek de toepasselijke wets- en verdragsvoorschriften zijn nageleefd alvorens de in het eerste en het tweede lid bedoelde bescheiden worden afgegeven aan de buitenlandse autoriteiten om te worden gebruikt ten behoeve van de strafvordering in zijn zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ffb5b93277ae73bd0e9574dee12c00df2a01adb06d395e13ac6c8e172b11634. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ffb5b93277ae73bd0e9574dee12c00df2a01adb06d395e13ac6c8e172b11634, en de alinea staat in dat document op bytes 10960 tot 11412.