Citaat | Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 31 Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1192.

3.3. De Hoge Raad stelt voorop dat onrechtmatig optreden van opsporingsambtenaren onder omstandigheden een zodanig ernstige schending van beginselen van een behoorlijke procesorde kan opleveren dat zulks - ook in een geval waarin overigens voldoende op rechtmatige wijze verkregen bewijsmateriaal voorhanden is - tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging dient te leiden. Een zo ver gaande sanctie kan in dat geval echter slechts volgen indien sprake is van ernstige inbreuken op die beginselen, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a49ecddfb4ad9e7503a4b3c67173d700f31f0c338820c002e133bc464d5b2cb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a49ecddfb4ad9e7503a4b3c67173d700f31f0c338820c002e133bc464d5b2cb9, en de alinea staat in dat document op bytes 10780 tot 11481.