Citaat | Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 58 Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1192.

4.3.1. Bij de beoordeling van de middelen moet worden vooropgesteld dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen hetwelk hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. Deze beslissing behoeft behoudens bijzondere gevallen geen motivering en kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a49ecddfb4ad9e7503a4b3c67173d700f31f0c338820c002e133bc464d5b2cb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a49ecddfb4ad9e7503a4b3c67173d700f31f0c338820c002e133bc464d5b2cb9, en de alinea staat in dat document op bytes 21447 tot 21977.