Citaat | Hoge Raad 21 mei 2002

Alinea 25 Hoge Raad 21 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 21 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1287.

3.3. Het Hof heeft het eerste en het tweede verweer klaarblijkelijk opgevat - hetgeen niet onbegrijpelijk is, gelet op hetgeen door de verdediging is aangevoerd - als ertoe strekkende dat de resultaten van het gerechtelijk vooronderzoek alsmede de verklaringen die de verdachte heeft afgelegd bij de verhoren door de politie, op de voet van art. 359a, eerste lid aanhef en onder b, Sv niet mogen bijdragen aan het bewijs van het tenlastegelegde. In aanmerking genomen dat van het genoemde materiaal niets tot bewijs is gebruikt, was het Hof niet gehouden gemotiveerd te beslissen op bedoelde verweren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/312f8dc259d60e3899f52bac5878ba5e039f6dee819e97acb524b4e9aaa28e79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 312f8dc259d60e3899f52bac5878ba5e039f6dee819e97acb524b4e9aaa28e79, en de alinea staat in dat document op bytes 7680 tot 8294.