Citaat | Hoge Raad 21 mei 2002
Alinea 26 Hoge Raad 21 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 21 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1287.
3.4. Voorts heeft het Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat in het derde verweer niet een beroep is gedaan op een onherstelbaar verzuim van vormen tijdens het voorbereidend onderzoek, zoals bedoeld in art. 359a Sv, zodat daaromtrent niet een met redenen omklede beslissing behoefde te worden gegeven. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk nu blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 14 juni 1999 (a) bedoelde dagboeken kort voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg door de Officier van Justitie bij de gedingstukken zijn gevoegd, (b) de verdediging onder meer naar aanleiding daarvan heeft verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak, en (c) de Rechtbank het onderzoek ter terechtzitting heeft geschorst tot 8 september 1999.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/312f8dc259d60e3899f52bac5878ba5e039f6dee819e97acb524b4e9aaa28e79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 312f8dc259d60e3899f52bac5878ba5e039f6dee819e97acb524b4e9aaa28e79, en de alinea staat in dat document op bytes 8314 tot 9165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/312f8dc259d60e3899f52bac5878ba5e039f6dee819e97acb524b4e9aaa28e79 | shasum -a 256