Citaat | Hoge Raad 9 juli 2002
Alinea 62 Hoge Raad 9 juli 2002
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1332.
3.5. Toen het Hof voor de eerste maal het verzoek deed, heeft het redenen opgegeven voor de sluiting der deuren. Voorzover het middel de klacht bevat dat die redenen geen gewichtige redenen als bedoeld in art. 20 (oud) RO in verbinding met art. 269 Sv zijn, faalt het. In het oordeel van het Hof dat de verhoren achter gesloten deuren dienen plaats te vinden in het belang van de waarheidsvinding, ligt besloten dat de openbaarheid het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, gelet op de door het Hof daartoe gegeven gronden, niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6809018532fa6b53808232db94af637448194cac7986e2ac0c022142d9fadd7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6809018532fa6b53808232db94af637448194cac7986e2ac0c022142d9fadd7f, en de alinea staat in dat document op bytes 15180 tot 15824.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6809018532fa6b53808232db94af637448194cac7986e2ac0c022142d9fadd7f | shasum -a 256