Citaat | Hoge Raad 28 mei 2002
Alinea 32 Hoge Raad 28 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1512.
De tweede klacht houdt in dat, waar het gerechtelijk vooronderzoek als gesloten heeft te gelden door de op grond van art. 244, eerste lid, (oud) Sv uitgebrachte dagvaarding van 2 juni 1999, de Officier van Justitie in strijd met de strekking van dat artikel de verdachte niet zo kort mogelijk in het ongewisse heeft gelaten omtrent de feiten waarvoor verdere vervolging zou plaatsvinden, nu de verdachte alsnog bij dagvaarding van 6 september 1999 werd vervolgd ter zake van feiten die niet waren opgenomen in de dagvaarding van 2 juni 1999, maar die wel waren betrokken in het gerechtelijk vooronderzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ba79d87ce5d9fb25e65e654f2cde0bc251cacfa0ced5a370259c37d549ab6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ba79d87ce5d9fb25e65e654f2cde0bc251cacfa0ced5a370259c37d549ab6d, en de alinea staat in dat document op bytes 13309 tot 13927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18ba79d87ce5d9fb25e65e654f2cde0bc251cacfa0ced5a370259c37d549ab6d | shasum -a 256