Citaat | Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 45 Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1529.

4.4 Dat de Rechtbank heeft geoordeeld - zakelijk weergegeven - dat de correspondentie van 5 februari 1997 en 29 oktober 1998, alsmede het beroep van [eiser] op het door hem uitdrukkelijk gemaakte voorbehoud op zijn ontslagbewijs van 2 december 1997, niet kunnen bijdragen tot het oordeel dat van stilzitten van [eiser] geen sprake is geweest, berust op een feitelijke en niet onbegrijpelijke waardering van die stukken. Ook in zoverre faalt het middel. De klacht betreffende een brief van 2 december 1997 kan evenmin tot cassatie leiden, omdat deze brief geen deel uitmaakt van de stukken van het geding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c754db53594c50e246f83f2d30b468f0a536cc905bdd2703fef9c2d08a0a50e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c754db53594c50e246f83f2d30b468f0a536cc905bdd2703fef9c2d08a0a50e0, en de alinea staat in dat document op bytes 13989 tot 14606.