Citaat | Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 44 Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1532.

3.6.1 Onderdeel 5 bevat de in de onderdelen 5.1 en 5.2 uitgewerkte klacht dat het oordeel van het Hof dat bij toepassing van de methode van palpatoire lokalisatie in het onderhavige geval kennelijk onzorgvuldig door [eiser 1] is gehandeld, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting althans onvoldoende duidelijk met redenen is omkleed. In onderdeel 5.1 wordt het Hof verweten dat het een onjuiste (strengere) maatstaf heeft gehanteerd. Onderdeel 5.2 betoogt dat, indien het Hof wel de juiste maatstaf heeft toegepast, zijn oordeel ontoereikend is gemotiveerd in het licht van de in dat onderdeel vermelde omstandigheden en stellingen van [eiser] c.s., kort samengevat: (sub a en b) de afwijkende beslissing van het Medisch Tuchtcollege; het Hof heeft zich niet laten voorlichten door een neurochirurgische deskundige en het bewijsaanbod van [eiser] c.s. gepasseerd; (sub c) het ontbreken van een methodiek ter bepaling van het operatieniveau die het goede niveau garandeert; (sub d) het tweede onderdeel van het primaire verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86c10f921d1f570574b2548cffd7631cfd0f3145c61a3d9f002ae6df0be29acc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86c10f921d1f570574b2548cffd7631cfd0f3145c61a3d9f002ae6df0be29acc, en de alinea staat in dat document op bytes 15566 tot 16615.