Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002

Alinea 40 Hoge Raad 28 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1538.

De President heeft de vorderingen afgewezen omdat hij van oordeel was dat van verjaring geen sprake was. Daartoe heeft hij overwogen dat de in art. 5:35 Awb neergelegde verjaringstermijn van zes maanden op 25 augustus onderscheidenlijk 20 oktober 1995 is gaan lopen, dat deze termijn is geschorst door het verzet en - na opheffing van de schorsing bij de vonnissen van 16 februari 1999 - tijdig is gestuit door de betekening van deze vonnissen op 24 maart 1999, op welke datum een nieuwe verjaringstermijn van zes maanden is gaan lopen, en vervolgens door de betekening op 13 september 1999 van het "herhaald bevel tot betaling".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bce429e736212b47f48a8128d7fc3e7d584bd1502f6d285c0c0ef955e68e267. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bce429e736212b47f48a8128d7fc3e7d584bd1502f6d285c0c0ef955e68e267, en de alinea staat in dat document op bytes 10672 tot 11314.