Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 44 Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1538.
Het Hof heeft deze grief verworpen en daartoe, kort samengevat, het volgende overwogen. Art. 5:35 Awb moet aldus worden uitgelegd dat de bevoegdheid tot invordering niet alleen verjaart als het bestuursorgaan niet binnen zes maanden na het verbeuren van de dwangsommen daartoe overgaat, maar ook als het niet telkenmale binnen zes maanden na stuiting van die verjaringstermijn (door bijvoorbeeld invordering door middel van betekening van een dwangbevel) tot tenuitvoerlegging is overgegaan of geen nieuwe stuitingshandeling heeft verricht (rov. 5.5). Na de betekening van de dwangbevelen van 24 augustus en 19 oktober 1995 is telkenmale met aanvang van de daaropvolgende dag (vgl. art. 3:319 lid 1 BW) een nieuwe verjaringstermijn van zes maanden gaan lopen. Deze termijnen zijn op 31 augustus onderscheidenlijk 25 oktober 1995 geschorst door het toen door [verweerder] ingestelde verzet. Zij zijn weer voortgezet op het moment dat de schorsing bij de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnissen van 16 februari 1999 werd opgeheven, en ten einde gelopen op 10 en 11 augustus 1999 (rov. 5.9).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bce429e736212b47f48a8128d7fc3e7d584bd1502f6d285c0c0ef955e68e267. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bce429e736212b47f48a8128d7fc3e7d584bd1502f6d285c0c0ef955e68e267, en de alinea staat in dat document op bytes 12536 tot 13643.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bce429e736212b47f48a8128d7fc3e7d584bd1502f6d285c0c0ef955e68e267 | shasum -a 256