Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 44 Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1544.
(ix) De Rechtbank heeft overwogen dat het in deze procedure gaat om de vraag of voldoende aanwijzingen kunnen worden gevonden die rechtvaardigen dat de in "geval 25" bedoelde commissaris - [verweerder] - verwijtbaar betrokken is geweest bij criminele activiteiten van de georganiseerde misdaad, dat hij kan worden getypeerd als "foute" advocaat en dat hij zijn ambt heeft misbruikt c.q. heeft laten misbruiken. Te dien aanzien heeft de Rechtbank geoordeeld dat de resultaten van het door [eiser] verrichte onderzoek deze conclusie niet kunnen dragen (rov. 4.7). Vervolgens heeft de Rechtbank geoordeeld dat de omstandigheid dat journalisten de identiteit van de in "geval 25" bedoelde commissaris hebben kunnen achterhalen, aan [eiser] kan worden toegerekend. In samenhang met hetgeen onder 4.7 is overwogen, komt de Rechtbank tot het oordeel dat [eiser] onzorgvuldig en dus onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verweerder] (rov. 4.8). Het beroep op het bepaalde in art. 71 Gr.w. heeft de Rechtbank verworpen (rov. 4.10). De immateriële schade heeft de Rechtbank vastgesteld op ƒ 150.000,-- en met betrekking tot de materiële schade heeft de Rechtbank een bewijsopdracht gegeven (rov. 4.12).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b, en de alinea staat in dat document op bytes 12962 tot 14171.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b | shasum -a 256