Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 49 Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1544.
De ook in cassatie primair te beantwoorden vraag is of [eiser] behoort tot de "andere personen die deelnemen aan de beraadslaging" als bedoeld in art. 71. Uit de tekst van art. 71 en de wetsgeschiedenis, weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.6 - 2.9 moet worden afgeleid dat de immuniteit van art. 71 slechts toekomt aan personen die deelnemen aan een vergadering van een Kamer (of de verenigde vergadering) of Kamercommissie. Indien een Kamer of Kamercommissie in een vergadering of hoorzitting personen hoort zonder hen tot de beraadslaging toe te laten, komt aan die personen geen immuniteit toe. Evenmin komt immuniteit toe aan (niet in art. 71 genoemde) personen die zich schriftelijk tot een Kamer of Kamercommissie wenden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b, en de alinea staat in dat document op bytes 15628 tot 16395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b | shasum -a 256