Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 56 Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1544.
Ook indien zou moeten worden aangenomen dat in verband met de wijze waarop thans een parlementaire enquête wordt gehouden, waarbij veelal gebruik gemaakt wordt van externe deskundigen en door die deskundigen opgemaakte rapporten, de reikwijdte van de in art. 71 geregelde immuniteit nadere overweging verdient, gaat het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten die immuniteit ook toe te kennen aan andere personen dan de in art. 71 genoemde deelnemers aan de parlementaire beraadslaging. Daarbij verdient nog opmerking dat, zoals blijkt uit het overzicht in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.26 - 2.30, de huidige regeling van de parlementaire immuniteit in art. 71 niet uit de pas loopt met de regeling van de parlementaire immuniteit in ons omringende landen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b, en de alinea staat in dat document op bytes 20024 tot 20818.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b | shasum -a 256