Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 60 Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1544.
4.6.2 In par. 2.5.1 van Deelrapport I omschrijft [eiser] zelf het begrip verwijtbare betrokkenheid als "dat [de advocaat] had moeten weten dat van zijn diensten misbruik werd gemaakt voor het plegen van misdrijven". Anders dan onderdeel 2 betoogt, is derhalve niet onbegrijpelijk dat het Hof in de vijfde alinea van rov. 5.7 ter zake van verwijtbare betrokkenheid spreekt van "had moeten beseffen". Het onderdeel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b, en de alinea staat in dat document op bytes 23593 tot 24034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bacf13d39fe0197ce8cff16779dab9429c6604bd06856ceb21292f34a4aec4b | shasum -a 256