Citaat | Hoge Raad 12 juli 2002
Alinea 49 Hoge Raad 12 juli 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1547.
3.3 Het middel klaagt dat de Rechtbank heeft miskend dat de hiervoor bedoelde inbreuk op de positie van de pandhouder als separatist verder gaat dan strikt noodzakelijk is, en dat een zo ver gaande inbreuk dat de pandhouder ook meedeelt in de faillissementskosten niet door art. 21 lid 2 Iw 1990 wordt gelegitimeerd. Het middel faalt, omdat het oordeel van de Rechtbank juist is, zoals volgt uit art. 21 lid 2 Iw 1990, in verbinding met art. 57 lid 3 en art. 182 Fw. De Rechtbank behoefde zich niet van haar oordeel te laten weerhouden door de omstandigheid dat, naar het middel nog betoogt, haar opvatting "curatoren voor schier onoplosbare, althans in elk geval zeer gecompliceerde rekenkundige puzzels plaatst". Ook al moet worden aangenomen dat de berekening van met name de omslag van de algemene faillissementskosten over het vrije actief en over datgene wat de Ontvanger uit de opbrengst van de stil verpande bodemzaken ontvangt, enige rekenkundige vaardigheid vereist, niet kan worden gezegd dat deze berekening onuitvoerbaar of onaanvaardbaar ingewikkeld is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59ea8e03add33d92588d5da991cd00f64897736eaf8edcdcf02a9c8de9445d10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59ea8e03add33d92588d5da991cd00f64897736eaf8edcdcf02a9c8de9445d10, en de alinea staat in dat document op bytes 12726 tot 13806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/59ea8e03add33d92588d5da991cd00f64897736eaf8edcdcf02a9c8de9445d10 | shasum -a 256