Citaat | Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 36 Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1738.
2. De raadsman heeft aangevoerd dat ten tijde van de op de aanhouding van verdachte gevolgde huiszoeking op 2 augustus 1999 te 22.50 uur in het perceel [a-straat 1] te Den Haag een machtiging tot die huiszoeking ontbrak, nu deze eerst op 3 augustus 1999 door de hulpofficier van justitie was verstrekt. Nu slechts sprake was van een machtiging tot binnentreding ter aanhouding, is de huiszoeking geschied in strijd met het bepaalde in artikel 97 van het Wetboek van Strafvordering, zodat het bij die huiszoeking aangetroffen materiaal (de cocaïne) onrechtmatig is verkregen en niet tot het bewijs mag worden gebezigd. Bovendien ontbrak de dringende noodzakelijkheid tot die huiszoeking, op grond waarvan het optreden van de rechter-commissaris niet kon worden afgewacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5, en de alinea staat in dat document op bytes 12399 tot 13183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5 | shasum -a 256