Citaat | Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 38 Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1738.
Ingevolge artikel 97 (oud) van het Wetboek van Strafvordering kan, in geval van ontdekking op heterdaad of van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, de officier of hulpofficier van justitie, indien bij dringende noodzakelijkheid het optreden van de rechter-commissaris niet kan worden afgewacht, ter inbeslagneming huiszoeking doen op de plaats waar sporen zijn achtergelaten en in de woning of verblijfplaats van de verdachten. Op grond van de feiten zoals hiervoor onder 1a tot en met 1i weergegeven, bestond ten aanzien van de beide verdachten een redelijk vermoeden van schuld dat zij zich schuldig hadden gemaakt dan wel maakten aan diefstal met geweld, overtreding van de Opiumwet en van de Wet wapens en munitie, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5, en de alinea staat in dat document op bytes 13272 tot 14070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5 | shasum -a 256