Citaat | Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 44 Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1738.

4.4.2. Blijkens de aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv heeft het Hof tot het bewijs gebruikt een ambtsedig proces-verbaal van 10 november 1999 van M.W.G. Peters en H.B.A. Groen, onderscheidenlijk hoofdagent en brigadier bij de regiopolitie Amsterdam-Amstelland, dat - voorzover hier van belang en zakelijk weergegeven - inhoudt dat op 2 augustus 1999 huiszoeking is verricht in het perceel [a-straat 1] te 's-Gravenhage en een ambtsedig proces-verbaal van R. de Vries, brigadier van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland, dat - voorzover hier van belang en zakelijk weergegeven - eveneens inhoudt dat op 2 augustus 1999 huiszoeking is verricht in het perceel [a-straat 1] te 's-Gravenhage.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5, en de alinea staat in dat document op bytes 17298 tot 18038.