Citaat | Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 47 Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1738.
4.6. Voorzover het middel echter ook de klacht bevat dat die machtiging niet voorafgaand aan de binnentreding voor het doen van huiszoeking was afgegeven, is het evenwel, zoals hiervoor onder 4.4.3 weergegeven, terecht voorgesteld. Het oordeel van het Hof dat de omstandigheid dat de machtiging tot binnentreden van de woning is gegeven na de huiszoeking niet aan de bevoegdheid tot binnentreden afdoet, is onjuist. De schriftelijke machtiging als bedoeld in art. 2, eerste lid, Awbi dient voorafgaand aan het binnentreden door de daartoe bevoegde autoriteit te worden verschaft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5, en de alinea staat in dat document op bytes 18657 tot 19249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd6242a471c527362921b5b06fabfeaa8f60174db6a3073cdc0d99279e0ca8a5 | shasum -a 256