Citaat | Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 16 Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1967.

Dat betoog berust kennelijk, mede gelet op de verwijzing naar de artikelen 3:64 en 7:404 BW, op de opvatting dat bij dat aanwijzingsbesluit B en W het Hoofd volmacht of opdracht hebben verleend om namens hen bepaalde bevoegdheden uit te oefenen. Die opvatting is echter onjuist. Een ambtenaar die op de voet van de eerder vermelde bepalingen van de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken is aangewezen, ontleent zijn bevoegdheden rechtstreeks aan de wet. Het onderdeel faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30c2b6e698005887d49b6b8e05d5870761ab65fd83f581bbf5bfd52b1bcb5012. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30c2b6e698005887d49b6b8e05d5870761ab65fd83f581bbf5bfd52b1bcb5012, en de alinea staat in dat document op bytes 6132 tot 6640.