Citaat | Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 46 Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2098.
De omstandigheid dat op de terechtzitting van 28 maart 2000 is medegedeeld dat op de terechtzitting van 23 mei 2000 de zaak pro forma zou worden behandeld, terwijl dat bovendien voor de terechtzitting van 23 mei 2000 telefonisch aan de raadsman zou zijn bevestigd, doet daaraan niet af. Noch de verweerder, noch zijn raadsman hebben zich tijdig na de terechtzitting van 23 mei 2000 op de hoogte gesteld van hetgeen zich op die terechtzitting had voorgedaan. Dat zij niet wisten dat op de terechtzitting van 23 mei 2000 het onderzoek door de rechtbank was gesloten en op 6 juni 2000 uitspraak was gedaan, is derhalve mede aan henzelf te wijten."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de45601b42c04f7e165440df873e0f08247f2cb8798ca2fa6155d17bb850937c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de45601b42c04f7e165440df873e0f08247f2cb8798ca2fa6155d17bb850937c, en de alinea staat in dat document op bytes 12505 tot 13162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de45601b42c04f7e165440df873e0f08247f2cb8798ca2fa6155d17bb850937c | shasum -a 256