Citaat | Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 63 Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2098.
3.10. Het voorschrift van art. 511e, tweede lid, Sv strekt ertoe te voorkomen dat de betrokkene onkundig zou kunnen blijven van de dag waarop de voor hem voor het aanwenden van een rechtsmiddel openstaande termijn ingaat, waardoor hij in zijn belang wordt geschaad, indien hij buiten zijn schuld eerst na verloop van die termijn het voor hem openstaande rechtsmiddel aanwendt. Een redelijke wetstoepassing brengt in de onder 3.9 (ii) en (iii) bedoelde gevallen mee dat de rechter die de ontvankelijkheid van het aangewende rechtsmiddel ter beoordeling krijgt en constateert dat de betrokkene ten gevolge van het achterwege blijven van de kennisgeving van de dag van de uitspraak onkundig is van de dag waarop de beroepstermijn ingaat en dientengevolge eerst na het verloop van die termijn het openstaande rechtsmiddel heeft aangewend, de betrokkene ontvankelijk acht (vgl. HR 1 juli 1986, NJ 1987, 198).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de45601b42c04f7e165440df873e0f08247f2cb8798ca2fa6155d17bb850937c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de45601b42c04f7e165440df873e0f08247f2cb8798ca2fa6155d17bb850937c, en de alinea staat in dat document op bytes 16688 tot 17604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de45601b42c04f7e165440df873e0f08247f2cb8798ca2fa6155d17bb850937c | shasum -a 256