Citaat | Hoge Raad 11 juni 2002
Alinea 61 Hoge Raad 11 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2099.
3.6.2. In het licht van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt voor wat betreft feit 1 dat de verklaring van de getuige [het slachtoffer], zoals opgenomen als bewijsmiddel 2, steun vindt in de genoemde medische verklaring alsook in de verklaring van de verdachte (bewijsmiddel 1). Voor wat betreft feit 3 wordt de verklaring van de desbetreffende getuige, [getuige 2], zoals opgenomen als bewijsmiddel 8, bevestigd door de hiervoor onder 3.6.1 weergegeven verklaring van de verdachte. Gelet op de inhoud van de genoemde bewijsmiddelen, in samenhang met de overige bewijsmiddelen, moet worden geoordeeld dat de betrokkenheid van de verdachte bij de hem onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, die voor wat betreft het patroon van handelen gelijksoortig zijn, zoals deze betrokkenheid blijkt uit de door de getuigen [het slachtoffer], [getuige 1] en [getuige 2] afgelegde verklaringen, in voldoende mate wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36f1bc319f19e98b50911098e87d5a79baa1152183ca879646a27d5733adae44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36f1bc319f19e98b50911098e87d5a79baa1152183ca879646a27d5733adae44, en de alinea staat in dat document op bytes 15117 tot 16082.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36f1bc319f19e98b50911098e87d5a79baa1152183ca879646a27d5733adae44 | shasum -a 256