Citaat | Hoge Raad 11 juni 2002

Alinea 62 Hoge Raad 11 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2099.

3.6.3. Ofschoon de verdachte of zijn raadsman niet in de gelegenheid is geweest de getuigen [het slachtoffer], [getuige 1] en [getuige 2] te ondervragen, staat art. 6 EVRM derhalve niet in de weg aan het gebruik tot het bewijs van de door deze getuigen afgelegde verklaringen (vgl. HR 29 september 1998, NJ 1999, 74 en HR 12 oktober 1999, NJ 1999, 827).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36f1bc319f19e98b50911098e87d5a79baa1152183ca879646a27d5733adae44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36f1bc319f19e98b50911098e87d5a79baa1152183ca879646a27d5733adae44, en de alinea staat in dat document op bytes 16121 tot 16487.