Citaat | Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 37 Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2109.

Hoewel de getuige [getuige 3] voor de zitting van 26 maart 1997 is opgeroepen, is hij toen - wegens tijdgebrek - niet gehoord. Het lag toen voor de hand het onderzoek van de zaak voor beperkte tijd aan te houden en in ieder geval - bij aanhouding voor onbepaalde tijd - de zaak op niet te lange termijn weer aan te brengen. De behandeling van de zaak werd echter eerst op 16 maart 1998 - bijna een vol jaar later - voortgezet. In het midden kan blijven of daarmee op zichzelf de redelijke termijn reeds werd overschreden en zo ja, wat daarvan de consequentie zou zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77b2acee0e11703d098e486aac18b3bc0a2b4bdcc1e48cedae002a6f3725b482. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77b2acee0e11703d098e486aac18b3bc0a2b4bdcc1e48cedae002a6f3725b482, en de alinea staat in dat document op bytes 10415 tot 11004.