Citaat | Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 47 Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2109.

3.5. In aanmerking genomen hetgeen het Hof omtrent de procesgang in feitelijke aanleg heeft overwogen en meer in het bijzonder gelet op het tijdsverloop tussen het instellen van hoger beroep en de datum waarop het bestreden arrest is gewezen, geeft het oordeel van het Hof dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. 's Hofs oordeel kan, verweven als het is met de aan de feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval, in cassatie niet verder worden getoetst. Het eerste middel is dus tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77b2acee0e11703d098e486aac18b3bc0a2b4bdcc1e48cedae002a6f3725b482. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77b2acee0e11703d098e486aac18b3bc0a2b4bdcc1e48cedae002a6f3725b482, en de alinea staat in dat document op bytes 13455 tot 14135.