Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 55 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2115.

4.4 Onderdeel 1 is gericht tegen de rov. 4.9 en 4.10 van het Hof. Volgens die overwegingen slagen de grieven tegen het oordeel van de Rechtbank dat de door Crescendo beoogde overdracht van aandelen in [verweerster 3] aan haar in strijd is met de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (hierna: WTE) en dat Crescendo op de voet van art. 16 leden 1 en 4 van die wet geen verklaring van geen bezwaar zal worden verleend. Rov. 4.9 komt erop neer dat het oordeel over het al dan niet verlenen van een verklaring van geen bezwaar aan de Stichting toezicht effectenverkeer (hierna: STE) is en dat er geen reden is om nu al als vaststaand aan te nemen dat de STE die verklaring niet zal verlenen. In rov. 4.10 overweegt het Hof (ten overvloede) dat art. 16 WTE en art. 9 lid 1 van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (Pb EG 1993, L 141, p. 27; hierna: de Richtlijn) niet eisen dat aan een verzoek tot afgifte van een verklaring van geen bezwaar een kennisgeving van het voornemen een deelneming als in die bepalingen bedoeld te houden, verwerven of vergroten, vooraf dient te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/104ff58bd88507068b38a28aad08616c0f56266599791a414521bd58f30aedd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 104ff58bd88507068b38a28aad08616c0f56266599791a414521bd58f30aedd3, en de alinea staat in dat document op bytes 14105 tot 15280.