Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 56 Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2115.
4.5 Het onderdeel faalt reeds omdat Crescendo aan haar vordering tot levering van de aandelen in [verweerster 3] de clausulering heeft toegevoegd: "zodra een verklaring van geen bezwaar op de voet van art. 16 leden 1 en 4 WTE 1995 is verkregen". Dat brengt mee dat toewijzing van deze vordering op zichzelf niet tot een met de WTE strijdig resultaat kan leiden, ook niet als overeenkomstig het betoog van Bonoparti c.s. het Hof zou moeten beoordelen of een verklaring van geen bezwaar kan worden verleend en zou moeten worden aangenomen dat een ontkennend antwoord op die vraag voor de hand ligt. Maar het onderdeel faalt ook omdat - zoals volgt uit de WTE en op zichzelf in cassatie niet wordt bestreden - het oordeel van het Hof dat de STE (en in beroep het College van beroep voor het bedrijfsleven) bevoegd is te beslissen of al dan niet een verklaring van geen bezwaar zal worden verleend, juist is. Het oordeel dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat die verklaring niet zal worden verleend, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en kan voor het overige, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is noch onbegrijpelijk, noch ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/104ff58bd88507068b38a28aad08616c0f56266599791a414521bd58f30aedd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 104ff58bd88507068b38a28aad08616c0f56266599791a414521bd58f30aedd3, en de alinea staat in dat document op bytes 15300 tot 16548.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/104ff58bd88507068b38a28aad08616c0f56266599791a414521bd58f30aedd3 | shasum -a 256