Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2002

Alinea 44 Hoge Raad 11 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2120.

4.1.2 Vooropgesteld moet worden dat de onderdelen geen klacht bevatten die is gericht tegen het oordeel van het Hof dat onvoldoende concrete aanwijzingen voorhanden zijn voor boos opzet. Onderdeel I klaagt over de door het Hof bij de toepassing van art. 29 CMR in verbinding met art. 8:1108 aangelegde maatstaf. Het strekt ten betoge dat het Hof met zijn oordeel dat CTV - enkel vanwege het welbewust, om de vervoerder of diens chauffeur moverende redenen, negeren van de door "K" Line uitdrukkelijk en ter voorkoming van diefstal gegeven parkeerinstructie - op grond van grove schuld geen beroep toekomt op beperking van haar aansprakelijkheid, heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans zijn oordeel niet toereikend heeft gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a218219a688a23f9989845ba06ab6577d68d83c90579b3d5105b56bb6143d90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a218219a688a23f9989845ba06ab6577d68d83c90579b3d5105b56bb6143d90, en de alinea staat in dat document op bytes 14079 tot 14847.