Citaat | Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 44 Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2126.
3.6. In het zich hier niet voordoende geval dat de verdachte de bestuursrechtelijke rechtsgang heeft gevolgd geldt in verband met een behoorlijke taakverdeling tussen de strafrechter en de bestuursrechter en met het oog op het voorkomen van tegenstrijdige uitspraken het volgende. Is het desbetreffende bevel onherroepelijk door de bestuursrechter vernietigd, dan dient de strafrechter van die beslissing van de bestuursrechter uit te gaan. Is het desbetreffende bevel door de bestuursrechter bij onherroepelijke uitspraak in stand gelaten, dan staat zulks er in beginsel aan in de weg dat de strafrechter het verweer dat het wettelijk voorschrift niet verbindend is of het bevel anderszins onrechtmatig is, zelfstandig onderzoekt en daarop beslist. Onder bijzondere omstandigheden kan aanleiding bestaan hierop een uitzondering te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea0af98ce60242eabbf0950a1cf95c42066475e1e524f0065dd4da4883a47f04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea0af98ce60242eabbf0950a1cf95c42066475e1e524f0065dd4da4883a47f04, en de alinea staat in dat document op bytes 19444 tot 20295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea0af98ce60242eabbf0950a1cf95c42066475e1e524f0065dd4da4883a47f04 | shasum -a 256