Citaat | Hoge Raad 12 november 2002

Alinea 113 Hoge Raad 12 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2129.

8.5. Het Hof heeft uit die verklaring kunnen afleiden dat de verdachte, hoewel daartoe bevoegd en gehouden, geen maatregel heeft genomen om de onveilige situatie binnen het bedrijf te voorkomen en dat hij gelet op zijn - uit die verklaring blijkende - betrokkenheid bij de dagelijkse gang van zaken binnen het bedrijf en zijn bekendheid met de in de bewezenverklaringen genoemde schendingen van veiligheidsvoorschriften, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het gevaar van brand en van het vrijkomen daarbij van gevaarlijke stoffen zich ook daadwerkelijk zou realiseren en dat aldus het voorwaardelijk opzet van de verdachte op de verboden gedragingen gericht is geweest (vgl. HR 14 september 1987, NJ 1988, 45). Dat brengt mee dat, anders dan het middel betoogt, de bewezenverklaring van feit 4 en feit 5, voorzover inhoudende dat de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de in de bewezenverklaringen bedoelde verboden gedragingen, toereikend is gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c586ff9ce5fc7105c8a1ce3469cfcf7e83cf2275a8af4f57440cabf9a7c70e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c586ff9ce5fc7105c8a1ce3469cfcf7e83cf2275a8af4f57440cabf9a7c70e6, en de alinea staat in dat document op bytes 36053 tot 37045.