Citaat | Hoge Raad 12 november 2002

Alinea 18 Hoge Raad 12 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2129.

3.2. De verdachte heeft op 21 april 2000 beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een op de inventaris van de stukken geplaatst stempel zijn deze op 5 april 2001 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 5 maart 2002 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaar zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden, hetgeen zal moeten leiden tot strafvermindering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c586ff9ce5fc7105c8a1ce3469cfcf7e83cf2275a8af4f57440cabf9a7c70e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c586ff9ce5fc7105c8a1ce3469cfcf7e83cf2275a8af4f57440cabf9a7c70e6, en de alinea staat in dat document op bytes 9028 tot 9619.