Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 57 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2176.

3.3.1 Onderdeel 1 betreft de vraag of het hiervoor in 3.2 onder (a) bedoelde verwijt, voor zover door de Rechtbank gegrond bevonden, tot schade voor [eiser] c.s. heeft geleid. Naar aanleiding van het betoog van [eiser] c.s. in hoger beroep dat zij, ingeval [verweerder 1] genoegzaam zou hebben gewaarschuwd en [betrokkene 1] inderdaad geen zekerheden zou hebben gesteld, de overeenkomst met [betrokkene 1] in het geheel niet zouden hebben gesloten, heeft het Hof in rov. 15 van zijn tussenarrest overwogen dat [eiser] c.s. reeds omstreeks maart 1988 overeenstemming hadden bereikt met [B] B.V./[C] B.V. en niet vrij zouden zijn geweest met een derde in zee te gaan, en dat zij weliswaar bezwaar hadden kunnen maken tegen de wijziging van de contractspartij in [E] B.V. i.o., maar dan toch gebonden zouden zijn geweest aan [C] B.V., welke vennootschap reeds op 9 maart 1989 is gefailleerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96, en de alinea staat in dat document op bytes 15390 tot 16291.