Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 59 Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2176.
3.3.3 Ook indien met onderdeel 1.3 ervan moet worden uitgegaan dat tegenover het voorstel van [betrokkene 1] tot wijziging van het bereikte onderhandelingsresultaat in die zin dat [E] B.V. i.o. in plaats van [B] B.V. en [C] B.V. als koper zou optreden, voor [eiser] c.s. ruimte bestond voor het onderhandelen over het stellen van zekerheden, tast dit het oordeel van het Hof niet aan. De Rechtbank heeft immers geoordeeld dat [verweerder 1] geslaagd was in het hem opgedragen bewijs dat [eiser] c.s. niet bij verdere onderhandelingen in een betere positie zouden zijn geweest indien de mogelijkheden waren onderzocht zekerheden te verkrijgen van [betrokkene 1] en de in de bewijsopdracht genoemde vennootschappen, en het Hof heeft in rov. 17 van zijn tussenarrest, in cassatie onbestreden, de tegen dat oordeel gerichte appelgrief van [eiser] c.s. verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96, en de alinea staat in dat document op bytes 17745 tot 18617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96 | shasum -a 256