Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 61 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2176.

3.3.5 Waar het Hof in rov. 15 van zijn tussenarrest overweegt dat [eiser] c.s., zo zij gebonden zouden zijn aan [C] B.V., niet in een betere positie zouden hebben verkeerd dan zij waren met [E] B.V. i.o. als wederpartij, heeft het gelet op zijn overweging dat [C] B.V. reeds op 9 maart 1989 failliet is verklaard, kennelijk, zoals onderdeel 1.6 veronderstelt, het oog gehad op de verhaalsmogelijkheden voor [eiser] c.s. Het onderdeel bestrijdt dit oordeel in zoverre niet, maar verwijt het Hof niet onder ogen gezien te hebben dat [eiser] c.s. door het faillissement op of kort na 9 maart 1989 vrij zouden zijn geweest met een derde in zee te gaan. Het onderdeel faalt, omdat in feitelijke aanleg niet is aangevoerd dat het in maart 1989 mogelijk zou zijn geweest met een derde in zee te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96, en de alinea staat in dat document op bytes 18749 tot 19555.