Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 63 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2176.

3.3.7 Hetgeen het Hof in de door onderdeel 1.8 bestreden passage van rov. 15 van zijn tussenarrest heeft overwogen, moet als volgt worden verstaan. Het Hof heeft vastgesteld dat de financiële positie van de vennootschappen, waarmee het Hof doelt op de vennootschappen die oorspronkelijk de wederpartijen van [eiser] c.s. waren ([B] B.V. en [C] B.V.), niet zo slecht was dat met insolventie van deze vennootschappen rekening zou moeten worden gehouden, zodat de vraag of garanties hadden moeten of kunnen worden bedongen geen rol speelde, zolang [E] B.V. i.o. nog niet als contractspartij aan de orde was. Dit heeft het Hof tot de slotsom geleid dat de vraag waar het op aankomt, is of van [E] B.V. i.o. garanties hadden kunnen zijn bedongen. Aldus verstaan is de gedachtengang van het Hof niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd, zodat het onderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96, en de alinea staat in dat document op bytes 19776 tot 20654.