Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 65 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2176.

3.4.2 De onderdelen 2.2.1 - 2.2.3 nemen tot uitgangspunt dat [verweerder 2] weliswaar heeft geadviseerd het aanbod van [betrokkene 1] c.s. van 1 oktober 1990 te aanvaarden, maar dat dit niet geldt voor het aanbod van 8 oktober 1990. Kennelijk heeft het Hof evenwel geoordeeld dat uit het advies het voorstel van 1 oktober te aanvaarden moet worden afgeleid dat [verweerder 2] ook heeft geadviseerd het voorstel van 8 oktober te aanvaarden, nu dit voor [eiser] c.s. gunstiger was (vgl. hetgeen hiervoor in 3.1 onder (viii) is overwogen). Dit oordeel dat berust op een aan het Hof als rechter die over de feiten oordeelt, voorbehouden uitleg van de stukken van het geding, is niet onbegrijpelijk. Het Hof behoefde zich van dit oordeel niet te laten weerhouden door de omstandigheid dat [verweerder 2] in een telefoongesprek met mr. Van der Eerden het aanbod van 8 oktober 1990 aanstonds heeft afgewezen, nu dit niet onverenigbaar is met een positief advies aan [eiser] c.s. en overigens deze afwijzing naar 's Hofs in cassatie niet bestreden vaststelling in rov. 5 van zijn tussenarrest niet als definitief is opgevat. De onderdelen falen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96, en de alinea staat in dat document op bytes 20952 tot 22111.