Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 67 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2176.

3.4.4 Onderdeel 2.2.6 klaagt dat, ook al zou met het Hof in rov. 18 van zijn tussenarrest worden aangenomen dat het [eiser] c.s. op 11 oktober 1990 duidelijk had moeten zijn dat de vordering op [betrokkene 1] privé minst genomen dubieus was, niet valt in te zien waarom [eiser] c.s. het verlies van ƒ 1 miljoen hadden moeten accepteren en niet hadden mogen kiezen voor de kans van verhaal op [betrokkene 1] privé. Deze klacht faalt, omdat zij de gedachtengang van het Hof miskent, die hierop neerkomt dat juist de omstandigheid dat de vordering op [betrokkene 1] privé dubieus was [eiser] c.s. uit een oogpunt van schadebeperking ertoe had moeten brengen aanvaarding van het aanbod te verkiezen boven de onzekere uitkomst van een procedure tegen [betrokkene 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96, en de alinea staat in dat document op bytes 23005 tot 23783.