Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 74 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2176.

3.4.7 [Eiser] c.s. hebben in hoger beroep aangevoerd dat zij het advies van [verweerder 2] niet behoefden te volgen, omdat dat advies niet gepaard ging met een aanbod de resterende schade te vergoeden. Naar het oordeel van het Hof faalt dit betoog reeds omdat [verweerder 2] niet gehouden was een dergelijk aanbod te doen (rov. 18, laatste alinea). De onderdelen 2.5.1 en 2.5.2 richten zich met rechts- en motiveringsklachten tegen dit oordeel van het Hof. Onderdeel 2.5.1 gaat hierbij, op zichzelf terecht, ervan uit dat indien zowel de aansprakelijke persoon als degene die schade heeft geleden, in staat is de schade te beperken, de verplichting daartoe in de eerste plaats op de aansprakelijke persoon rust. In het onderhavige geval moet echter ervan worden uitgegaan dat de schade waar het hier om gaat uitsluitend kon worden beperkt door [eiser] c.s., te weten door aanvaarding van het aanbod. Dit brengt mee dat enerzijds op [verweerder] c.s. niet een verplichting tot schadebeperking rustte en anderzijds de plicht van [eiser] c.s. tot schadebeperking niet werd opgeheven door de omstandigheid dat [verweerder] c.s. niet een aanbod hebben gedaan de resterende schade te vergoeden. Het door de onderdelen bestreden oordeel van het Hof geeft dan ook niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde geen nadere motivering. De onderdelen falen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cee3f48bc46ef4185b1397a1f4d5b69ce094f4ee12fec214063ed7e05bf8ac96, en de alinea staat in dat document op bytes 26388 tot 27767.