Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 36 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2181.
4.1 Onderdeel 1 keert zich met een rechtsklacht tegen het oordeel van het Hof dat het gebonden is aan de beslissing van de Rechtbank omtrent de hoogte van de wettelijke verhoging, nu deze beslissing in cassatie niet is bestreden. In het vonnis van 31 mei 1995 heeft de Rechtbank de loonvordering tot 1 april 1991 toegewezen en termen aanwezig geacht om de wettelijke verhoging op 25% van het tot die datum niet betaalde loon te stellen en in het vonnis van 26 maart 1997 heeft de Rechtbank de vordering tot doorbetaling van loon na 1 april 1991 gematigd tot twee jaren en de wettelijke verhoging "om redenen van billijkheid" gematigd tot 25%. Voorzover het Hof heeft geoordeeld dat de beslissing van de Rechtbank ten aanzien van de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7A:1638q lid 1 (oud) BW ook betrekking heeft op de periode na 1 april 1993, berust dit oordeel op een verkeerde lezing van de vonnissen van de Rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08, en de alinea staat in dat document op bytes 10604 tot 11545.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08 | shasum -a 256