Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 38 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2181.

4.2 Onderdeel 2 is gericht tegen rov. 2.6 en betoogt dat het Hof daarin ten onrechte heeft overwogen dat geen acht kan worden geslagen op de daar genoemde, niet eerder door [eiseres] aangevoerde feitelijke verweren. Het onderdeel vermeldt de volgende in nrs. 24 b tot en met f van de memorie van antwoord na verwijzing genoemde gronden:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08, en de alinea staat in dat document op bytes 12446 tot 12795.