Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 44 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2181.
Het onderdeel betoogt dat deze omstandigheden door de Rechtbank in het geding vóór verwijzing ambtshalve aan haar oordeel over de matiging van de loonvordering ten grondslag hadden kunnen worden gelegd en dat het [eiseres] in het geding na verwijzing dan ook vrijstond op deze omstandigheden een beroep te doen, ook als zij dit vóór verwijzing niet had gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08, en de alinea staat in dat document op bytes 13603 tot 13980.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08 | shasum -a 256