Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 47 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2181.
4.5 Het onderdeel wordt tevergeefs aangevoerd, voorzover het betoogt dat het Hof ten onrechte niet is ingegaan op het in de memorie van antwoord na verwijzing in nr. f besloten liggende beroep op de omstandigheid dat [verweerder] sedert april 1998 wegens ziekte geen werkzaamheden voor [eiseres] meer verricht en sedert 5 april 1999 een WAO-uitkering heeft. Deze omstandigheid betreft immers niet de periode waarop de loonvordering ziet en behoeft dan ook niet in het oordeel te worden betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08, en de alinea staat in dat document op bytes 14974 tot 15483.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd8a10e19511ab758f650aeaa079217d916038c6098d8bbbc2df7a2a0105bc08 | shasum -a 256