Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 46 Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2185.

3.2.2 Hetgeen de Rechtbank in haar tussenvonnis van 29 december 1999 heeft overwogen, kan als volgt worden weergegeven. De Gemeente heeft de grond aan [B B.V.] verkocht met bouwplicht, en daarmee heeft zij de impliciete garantie gegeven dat de grond geschikt was voor woningbouw, zeker nu zij deze grond in 1983 had laten saneren. Ten opzichte van de toekomstige bewoners was de Gemeente dan ook verplicht ervoor zorg te dragen dat zij geschikte bouwgrond leverde. De Gemeente heeft niet aan haar verplichting jegens [verweerders] voldaan, indien komt vast te staan dat de woonbestemming van [het perceel] is of wordt aangetast door de aanwezigheid (ten tijde van de verkoop door de Gemeente aan [B B.V.]) van stoffen in de bodem die schadelijk zijn voor de gezondheid en/of het milieu. Het begrip woonbestemming moet in dit verband niet te beperkt worden opgevat. Er kan ook sprake zijn van aantasting van de woonbestemming van [het perceel] ingeval in de directe omgeving zodanige bodemverontreiniging aanwezig is dat de bewoners van [het perceel] hierdoor een belemmering in het normale gebruik van hun perceel ondervinden. Omdat uit de stukken van het geding niet duidelijk blijkt of hiervan sprake is heeft de Rechtbank een deskundigenbericht noodzakelijk geoordeeld, hetwelk zij vervolgens bij tussenvonnis van 8 maart 2000 heeft bevolen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d, en de alinea staat in dat document op bytes 15417 tot 16774.