Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 50 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2185.
3.3 Het Hof heeft bij zijn oordeel in rov. 9 dat het hoe dan ook jegens derden onrechtmatig is verontreinigde grond als bouwgrond in het verkeer te brengen, en dat het ontbreken van wetenschap omtrent de verontreiniging hieraan niet in de weg staat en ook niet kan leiden tot niet-toerekenbaarheid van de onrechtmatige gedraging, kennelijk tot uitgangspunt genomen de vaststelling van de Rechtbank (rov. 4 van haar vonnis van 29 december 1999) dat de Gemeente de grond aan [B B.V.] heeft verkocht met een bouwplicht, en zich verenigd met de daaraan door de Rechtbank verbonden slotsom dat de Gemeente daarmede de impliciete garantie heeft gegeven dat de grond geschikt was voor woningbouw. Dit uitgangspunt strookt met het standpunt van de Gemeente in hoger beroep, die in haar memorie van antwoord deze vaststelling uitdrukkelijk heeft erkend en de daaraan verbonden slotsom heeft onderschreven. De op dit uitgangspunt gebaseerde gedachtengang van het Hof moet aldus worden verstaan dat het niet nakomen van de uit de garantie voortvloeiende verplichting geen verontreinigde grond als bouwgrond in het verkeer te brengen niet alleen jegens de wederpartij van de Gemeente - [B B.V.] - wanprestatie oplevert, en wel ongeacht of de Gemeente wist dat de grond verontreinigd was, maar ook onrechtmatig is jegens derden - waaronder hier te verstaan degenen die grond van de wederpartij van de Gemeente hebben gekocht - en dat, nu bij het niet nakomen van de garantieverplichting het al dan niet bestaan van wetenschap omtrent de verontreiniging niet van belang is voor de vraag of sprake is van wanprestatie, hetzelfde heeft te gelden met betrekking tot de vragen of jegens derden onrechtmatig is gehandeld en of de onrechtmatige gedraging aan de Gemeente kan worden toegerekend. Door in een geval als het onderhavige - waarin het gaat om een gemeente die verontreinigde grond verkoopt met een bouwplicht en aldus jegens haar wederpartij een garantie geeft dat de grond geschikt is voor woningbouw, terwijl zij weet dat die grond in percelen zal worden doorverkocht aan toekomstige bewoners - te oordelen dat deze gemeente jegens de toekomstige bewoners onrechtmatig handelt, en dat daarbij niet ter zake doet of de gemeente al dan niet van de verontreiniging op de hoogte was of moest zijn, heeft het Hof niet een onjuiste maatstaf gehanteerd. De in de onderdelen 1 en 2 aangevoerde rechtsklachten stuiten hierop af. Voor zover deze onderdelen motiveringsklachten behelzen, zien zij eraan voorbij dat een rechtsoordeel in cassatie niet met een motiveringsklacht kan worden bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d, en de alinea staat in dat document op bytes 18755 tot 21347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d | shasum -a 256