Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 52 Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2185.

3.5 Bij de beoordeling van de onderdelen 4, 5 en 6, die zich richten tegen rov. 11 van 's Hofs arrest, moet worden vooropgesteld dat, zoals hiervoor in 3.2.3 is aangestipt, het Hof in zijn rov. 11 de omstandigheden heeft weergegeven op grond waarvan het heeft geoordeeld dat het feit dat de door [verweerders] verworven grond niet ernstig was verontreinigd, niet in de weg staat aan het oordeel dat de Gemeente óók jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld. Voor zover de onderdelen ervan uitgaan dat het Hof deze omstandigheden redengevend heeft geacht voor zijn in rov. 9 van zijn arrest neergelegde oordeel, kunnen zij bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Tegen deze achtergrond tekent de Hoge Raad bij de onderdelen 4 en 5 nog slechts het volgende aan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d, en de alinea staat in dat document op bytes 22021 tot 22815.