Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 53 Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2185.

Anders dan onderdeel 4 betoogt, bestaat geen tegenstrijdigheid tussen rov. 9 en rov. 11 van 's Hofs arrest. In rov. 9 heeft het Hof, als voor zijn daar gegeven - en in cassatie tevergeefs bestreden - oordeel dat de Gemeente jegens toekomstige bewoners onrechtmatig heeft gehandeld, niet van belang, in het midden gelaten of de Gemeente, zoals zij had betoogd, redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat het voormalige [het bedrijf]terrein afdoende was gesaneerd. Nu het Hof derhalve deze stelling niet zonder meer als juist heeft aanvaard, heeft het niet het in zijn rov. 9 overwogene uit het oog verloren door voor de beoordeling van een andere vraag, te weten of het handelen van de Gemeente ook jegens [verweerders] onrechtmatig was, betekenis te hechten aan de omstandigheid dat de Gemeente niet de uiterste zorgvuldigheid in acht had genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4334a4d65f695774bf01066f3ba1b7fcd36f911fc50a34c16b7db1b3d6de54d, en de alinea staat in dat document op bytes 22823 tot 23679.